De rol van de ouder in de sport

De rol van de ouder in de sport

Het nieuwe sportseizoen staat voor de deur en dus is het bijna weer tijd voor de eerste trainingen en wedstrijden. Hierbij is de driehoek trainer, speler en ouder(s) weer heel erg belangrijk en vooral de communicatie over de voortgang van de speler.

Naarmate een speler ouder wordt, wordt de invloed van de ouders minder en hij zal op sportterrein meer luisteren naar de coach en zich meer laten beïnvloeden door leeftijdsgenoten. Als de leeftijd van uw kind ernaar is, is het belangrijk om er te zijn wanneer het nodig is. Dan ben je en emotioneel houvast. Dus je rol van ouder verandert van het tonen van leiderschap (keuze maken om te gaan sporten en verantwoordelijkheid nemen voor belangrijke beslissingen, grofweg van 6-12 jaar) naar een rol van supporter/emotioneel houvast (13-15 jaar). In het laatste stadium van de ontwikkeling sta je meer op de achtergrond en je maakt het voor het kind makkelijker om zijn sport uit te oefenen (16 jaar en ouder).

Een tiener kan zelf beslissingen nemen en dat dient een ouder te stimuleren. Bij teveel controle van ouders zal een tiener minder plezier krijgen in de sport en zich minder betrokken voelen en minder verantwoordelijk. Het is dus belangrijk dat een ouder autonomie stimuleert. Dit kan wel binnen een bepaalde structuur. Het blijkt verder dat kinderen het prettig vinden als ouders betrokkenheid tonen door er alleen maar te zijn voor ze (o.a. tijdens wedstrijden).

Belangrijk is dat de coach goed communiceert met het kind en de ouders over de ontwikkeling van het kind, speeltijd, aanwezigheid bij trainingen, gedrag etc. Een pre-season meeting en een vervolg daarop halverwege het seizoen is daarin een belangrijk hulpmiddel voor de trainer om duidelijke afspraken te maken met spelers en ouders.

Daarnaast een aantal tips voor ouders om bij te dragen aan een positieve sportontwikkeling van het kind:

1. Plezier gaat voor presteren!

In plaats van ‘heb je gewonnen?’ en ‘heb je gescoord?’ kun je ook vragen: ‘was het leuk?’ en ‘hoe ging het?’ Zo haal je de nadruk van het presteren af en leer je kinderen dat plezier voorop staat. Vanuit plezier voor een sport gaat een kind presteren naar kunnen.

2. Moedig aan tijdens wedstrijden, maar coach niet mee.

Aanwijzingen geven is verwarrend en afleidend. Hoe goed bedoeld ook, als ouder je kind vanaf de kant coachen en vertellen wat hij moet doen is geen goed idee. Als er een coach is, maakt die afspraken met het team en die kunnen anders zijn dan dat wat jij roept. Daarnaast kan het je kind uit zijn spel halen of ervoor zorgen dat hij zijn zelfvertrouwen kwijtraakt. Zeker als dat wat je roept negatief is…

3. Geef het goede voorbeeld

Soms moeilijk maar echt een must: bemoei je niet met de arbitrage! Soms zit het mee en soms zit het tegen, dat hoort bij de sport en wij zijn er om onze kinderen te laten zien en zo te leren dat een scheidsrechter zijn best doet en dat we daar met respect mee om moeten gaan.

4. Laat het kind de sport zelf beleven

Zelf het 1e team nooit gehaald en is nu je missie dat je kind het wel haalt? Of wil je dolgraag dat de sporttalenten van je kind tot uiting komen? Allemaal heel logisch en prima zolang je die wensen en ambities voor jezelf houdt. Laat je kind zelf aangeven en de leiding nemen in hoe intensief en hoog het wil sporten. Dan beleeft het echt plezier aan zijn sport!

5. Inzet is de basis voor ontwikkeling

Maak duidelijk aan je kind dat ontwikkeling een proces van pieken en dalen is en dat alles te verbeteren is zolang je daar maar hard voor traint. Hard work beats talent, if talent doesnt work hard!

Team Scopo Atletico

Share

No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.